Contact

Hendrik Westerstraat 24
9791 CT Ten Boer

Postbus 23
9790 AA Ten Boer

t: 050 306 29 00

info@groningerdorpen.nl

Openingstijden:

maandag t/m vrijdag 9.00-17.00u

Routebeschrijving naar Groninger Dorpen


Vertrekpunt  

Wat kunnen wij voor jou doen?

Terugblik tweede werkbijeenkomst Gezond Wonen

Vrijdag, 2 juni 2017

Op dinsdag 16 mei organiseerde Groninger Dorpen in samenwerking met HANNN en BuildinG de tweede werkbijeenkomst Gezond Wonen. Op een bijzonder prettige locatie, namelijk Wongema te Hornhuizen.

Van start
Rolf Koops opent als één van de initiatiefnemers namens BuildinG de tweede bijeenkomst van het project Gezond Wonen. Hij benadrukt het integrale karakter van het project, waarbij het allang niet meer alleen om bouwen gaat, maar ook om het vernieuwend bezig willen zijn met het wonen op het platteland.
Inge Zwerver van Groninger Dorpen hoopt dat de gekozen plek in Hornhuizen – “aan het einde van de wereld” –  ons inspiratie en herinnering aan het thema Gezond wonen zal geven.

  

Terugkijken op 6 april
Daarop doet Marcel Tankink van KAW een kort rondje langs de vijf deelnemende dorpen: hoe is het gegaan sinds de eerste bijeenkomst? Toen speed daten, vandaag vooral slow daten.
Warffum (Francie Kaaijk) denkt terug aan een prima eerste bijeenkomst, niet zozeer vanwege allerlei nieuwe inzichten, wél vanuit de kennisname van nieuwe mogelijkheden. Is benieuwd naar (vergelijkbare) voorbeeldprojecten.
Garnwerd (Annemiek van der Meijden en Mintsje Boersma) is na de eerste bijeenkomst vooral nieuwsgierig geworden naar een meer concreet vervolg.
Garmerwolde (Douwe Tichelaar, Hetty Boogholt, Joke de Jong)  hoopt,  na de (te) korte tijd die de eerste keer voor discussies beschikbaar was, nu op verdieping.
Westeremden (Jan Willem Brontsema) kijkt met een goed gevoel op de eerste bijeenkomst terug, vooral door de mogelijkheid om het verhaal van Westeremden eens voor een groter publiek ten beste te kunnen geven.
Loppersum (Hanneke Kamps, Nicolette Scholten en John Wierenga) vindt ook de eerste bijeenkomst inspirerend onder verwijzing naar de snelkookfunctie die de speeddate-formule opleverde. In positieve zin is het Loppersum opgevallen dat er niet sprake van eenrichtingverkeer is geweest.

 

Programma Gezond Wonen & Grunneger Vief
De geluiden vanuit de dorpen overziende, typeert Marcel Tankink (KAW) deze vooral als initiatiefrijk en begeesterend. Nu is de vraag waar de coalitie voor staat. Er is niet zomaar een pot geld om plannen uit te voeren, er is wél kennis over ideeën en hun uitvoering. De vijf dorpen kunnen een voortrekkersrol spelen voor andere initiatieven. De bredere betekenis illustreert hij aan de hand van een enkele sheets.
Zo willen de bewoners samen het dorp verbeteren door samen zorg te organiseren en nieuwe woonvormen te ontwikkelen. Daarmee kan men ook langer thuis wonen.
Hij geeft aan welk globaal programma voor wonen en zorg (kwantitatief) hieruit voor de regio van het aardbevingsgebied naar voren komt. De gemeente Loppersum geeft inmiddels duidelijk voorbeelden van aardbevingsbestendig bouwen; daarvan kan ook in toekomstige situaties gebruik worden gemaakt
Aan de totstandkoming van genoemd programma zijn trouwens de nodige randvoorwaarden gekoppeld. Marcel Tankink wijst in dat verband op goede verdienmodellen (o.a. in verband met de economische haalbaarheid voor bedrijven), de noodzaak voor (beleidsmatige) experimenteerruimte, alsook de verdere kennisontwikkeling en –deling.

Coalitiepartners aan het woord

De ‘coalitiepartners’ geven staccato aan hoe de dorpsinitiatieven van de Grunneger Vief in het programma Gezond Wonen passen.

Inge Zwerver, GroningerDorpen wil samen met initiatiefnemers vooral voor draagvlak zorgen, wil naast de bewoners staan, deze steunen bij obstakels én zorgen dat de dorpen de ‘lead’ blijven houden. Ook kan ze coördinerend optreden tussen dorpen en coalitie.

 

Remco Kouwenhoven zegt dat VanWijnen namens wie hij spreekt, niet voor niks de slogan “meer dan bouwen” gebruikt: natuurlijk, er liggen primair ruimtelijke opgaven, maar die moeten ten dienste staan aan beter wonen, beter leven zelfs. Van Wijnen werkt daarmee volgens de serie van vier achtereenvolgende B’s:  ‘behoefte-belofte-bewijs-beleving’. Het concept van energieneutraal wonen moet ook in het onderwijs en de zorg toepassing vinden.

  

UMCG, Henk Timmerman ziet bij veel actuele ontwikkelingen dat er sprake is van een zorgvraag, niet altijd expliciet, wel achterliggend. In dat verband wijst hij op een alom optredend veranderingsproces in de zorg, met meer aandacht voor de 0de en 1ste lijns gezondheidszorg (preventie en basiszorg; huisartszorg), terwijl de ziekenhuizen (c.q. UMCG) de complexe zorg (2de  lijns) verlenen. Ketens moeten zich hierop instellen. Voor het UMCG is het ommeland van wezenlijk belang: immers hier wonen veel van de patiënten én medewerkers.

VolkerWesselsBV, Ron Timmerman en Anne Marie Schönfeld, willen graag eigen kennis inbrengen. Bij planontwikkeling moet kwaliteit van leven worden toegevoegd. Hoe concreter initiatieven worden, hoe meer die vorm moeten krijgen. Cruciale vraag bij dit alles is wel hoe de financiering rond komt.

 

NationaalCoördinatorGroningen, Ursula Hendriks, vat kort de primaire taak van de NCG samen. Naast verbetering van de veiligheid, moeten de verbetermaatregelen ook aan de leefbaarheid en toekomstbestendigheid ten goede komen. Zij wijst meer concreet op relevante regelingen, de projecten LoketLeefbaarheid en ElkDorpeenDuurzaamDak, deze worden beide door Groninger Dorpen gecoördineerd. Actueel is dat initiatieven nu bij het Loket Leefbaarheid ook aanvragen kunnen doen voor planontwikkeling en procesbegeleiding.

  

NoaberFoundation, Wim Post, wil zijn bijdrage aan het project leveren vanuit de visie dat het gaat om “de ander”. Veranderingen faciliteren op het gebied van gezondheid, aandacht geven aan preventie, dergelijke zaken kunnen goed bijdragen om de Grunneger droom te verwezenlijken. Zo wil de organisatie ontwikkelde standaarden beschikbaar stellen ten behoeve van projecten voor een gezonde regio.

HealthHolland, Nico van Meeteren, licht zijn landelijke organisatie toe en wijst op het zo genoemde bedrijfslevenbeleid dat in 2010 is gestart.  Een verdienmodel dat zijn waarde in topsectoren bewijst, moet ook het lokale bedrijfsleven sterker kunnen maken en voorbereid op de toekomst. Dat althans moet een belangrijk uitgangspunt zijn. Health-Holland doet in breed disciplinair verband onderzoek en werkt aan gezondsheidsprojecten mee.

  

Menzis, Jeanine Groeneveld vindt het belangrijk dat niet gepraat wordt óver maar mét de bevolking. Zij wijst op de taak van Zorgverzekeraar Menzis in het kader van de zorgverzekeringswet. Wettelijke mogelijkheden begrenzen zorginitiatieven. Of er niettemin buiten deze kaders experimenteerruimte is, is niet op voorhand uitgesloten, maar zal natuurlijk afhangen van de inhoud. Zij wijst op voorbeelden elders die daar behulpzaam in kunnen zijn.  Zo werkt in Kloosterburen een dorpscoöperatie, die zorgbehoevenden in hun eigen omgeving wil laten wonen.

HANNN (Healthy Ageing Network Nothern Netherlands), Daan Bultje: van de studeerkamer op zolder naar de echte wereld, die stap moeten ook onderzoekers maken, zegt Daan Bultje en dat willen wij. Maar dat betekent ook: de goede man (m/v) op de goede plek. In dit geval kan dat betekenen dat er wellicht ook andere deskundigheid moet worden ingeroepen, met name de financiële.

  

BuildinG (Rolf Koops) wil zowel bewonersinitiatieven ondersteunen, als ook die voor de regionale economie, wil projecten voorzien van kennis, een werkplaats ter beschikking stellen, alsmede innovatiemogelijkheden en een netwerk van deskundigen bieden. Juist onorthodoxe samenwerkingsvormen hebben baat bij vernieuwend denken. Uiteindelijk moet dat leiden tot het ‘grotere plaatje’, namelijk de omvorming (transitie) naar energiezuinig, aardbevingsbestendig en daarmee toekomstbestendig  bouwen. In functioneel opzicht is zelfstandig wonen belangrijk.

RijksdienstvoorOndernemendNederland, Hildegard Schulte, geeft kort de taak van de rijksdienst weer: primair belangen voor ondernemend Nederland ondersteunen met kennis, subsidies, het met elkaar in contact brengen en het zorgen voor uitleg van wet- en regelgeving.

Overleg met de dorpen, een stap voorwaarts
Bij de vijf dorpsinitiatieven schuiven verschillende coalitiepartners aan om kennis te delen en adviezen te geven. In een korte plenaire samenkomst worden daarop de resultaten doorgenomen.

Samengevat:
Garnwerd wil nog graag een ‘tussenstap’’ maken. In dit dorp spelen veel externe factoren een rol. Belangrijk is dat dat de inwoners daadwerkelijk in de regiepositie komen. Ze wil meer informatie over de (financiële) haalbaarheid. Ook een vlotte procedure is belangrijk.

Loppersum heeft weliswaar een goed plan, maar heeft toch een aantal goede tips vernomen. Daarvan is belangrijk om een actuele peiling naar de woonbehoefte te doen, vooral om te kijken óf, hoeveel en welke (categorieën van) jongeren tot de echte belangstellenden kunnen worden gerekend. Ook Loppersum zit in een complexe situatie met verschillende partijen. Binnen dat krachtenveld is niettemin een procedurele versnelling gewenst. Verder is gebleken dat voor extra toevoeging van woningen in principe geen contingent beschikbaar is.

  

Garmerwolde heeft nog een aantal vragen die aandacht verdienen: hoe samen te werken binnen de dorpsgemeenschap, hoe kan de actuele woonbehoefte worden gepeild, hoe kan de hobbel van provinciale medewerking worden genomen (ook vanwege de contingenten), overleg met andere projecten rond het thema knarrenhof en kijken naar andere experimenten (als in Gorredijk).

Westeremden heeft vooral veel ideeën vernomen; goed ook om de groep potentiele ouderen in het dorp in beeld te krijgen. Dit dorp is al bezig haar bewoners een energiescan aan te bieden. Daar kan een topic levensloopbestendig goed aan worden toegevoegd. RVO is samen met o.a. TNO en BuildinG bezig met een verkenning van een digitaal dossier van alle woningen. Wellicht interessant om Westeremden hierbij te betrekken als proeftuin.

Warffum denkt dat het goed is om de zorgideeën, zoals onder meer gehoord via VolkerWessels ( ZorgID), verder te onderzoeken. Verder verdient het aanbeveling om met Menzis en de gemeente Eemsmond te kijken naar wat binnen de huidige wet- en regelgeving mogelijk is. Wellicht – maar dat speelt voor veel meer situaties in de provincie – geeft de aanwezigheid van een dun bevolkt gebied voor zorgverzekeraars de mogelijkheid om anders met zorginitiatieven om te gaan. Health Holland kent vergelijkbare projecten en onderzoeken waarbij er bijvoorbeeld regionaal een eigen polis wordt opgezet.

 

Vervolg en afsluiting
In zijn afsluiting geeft Marcel Tankink (KAW) een korte vooruitblik op de komende stappen:

  1. De dorpen gaan individueel na op welke deelterreinen zij meer verdieping nodig hebben, dit zoals al bij de individuele tafelgesprekken is aangegeven.
  2. De vervolgcontacten tussen de dorpen en (één of enkele) coalitiepartners worden door Inge Zwerver geïnventariseerd en gecoördineerd.
  3. KAW schrijft aan het programma. De planning is dat dit de komende anderhalf maand  (rond 1 juli) afgerond wordt.

Wordt vervolgd!
Ton Hoekstra, Groninger Dorpen

Foto’s Martijn Heemstra