• Dorpshuis De Fakkel in Uithuizen kijkt vooruit!

    In Uithuizen staat Dorpshuis De Fakkel, een robuust gebouw aan het eind van de Oosterstationstraat. Op een gure vrijdagmiddag in december worden we daar hartelijk ontvangen door voorzitter Johan Wierenga, penningmeester Tonny Postma en beheerder Ida Freij. Zij vertellen over de rijke geschiedenis van het gebouw, de huidige stand van zaken en het ontzorgingsprogramma Verduurzamen Maatschappelijk Vastgoed van de Provincie.

    Het begin

    Het gebouw wordt in 1935 gekocht door Vereniging Het Volksgebouw om er activiteiten te kunnen organiseren van de lokale afdelingen van het Moderne Vakverbond, de voorloper van Nederlandse Verbond van Vakverenigingen (NVV) en  van de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV). Tonny: “Die afdeling was zeer actief maar kon maar moeilijk zaalruimte vinden. De leden werden gezien als ‘rooien’ en veel cafés wilden daarom geen onderdak bieden.” Na enkele jaren van verbouw werd “Het Volksgebouw De Fakkel” in 1937 geopend en in gebruik genomen. In de Tweede Wereldoorlog wordt het gebouw door de Duitsers gevorderd. In 1959 koopt de NVV het vakbondsgebouw terug om het te verhuren aan de plaatselijke Stichting NVV-huis De Fakkel die moet zorgen voor de exploitatie en het klein onderhoud.”

    Eén van de eerste gebruikers van De Fakkel is Arbeiders Muziekvereniging Opwaarts. Tonny: “Arbeiders die niet naar de kerk gingen konden nergens terecht om muziek te maken, ze mochten niet naar de gereformeerde of de katholieke muziekvereniging. En ook niet naar Crescendo, de derde Muziekvereniging die Uithuizen toen telde. Deze bestond uit leden uit de ‘gegoede burgerij’ zoals middenstanders en fabrieks- en bankdirecteuren.” Vele jaren later is er veel veranderd, in 2020 fuseert Opwaarts met de christelijke muziekvereniging De Bazuin. Samen heten ze nu “Muziekvereniging B & O Uithuizen”.

    In eigendom

    In 1990 besluit (inmiddels) de FNV om verenigingsgebouwen zoals De Fakkel, gratis over te dragen aan plaatselijke stichtingen. Tonny: “Even waren we daar heel blij mee tot we door kregen dat we ook 30 jaar achterstallig onderhoud cadeau kregen.” Om beter fondsen te kunnen werven wordt in 2002 bij de toenmalige gemeente Eemsmond met succes de status van dorpshuis aangevraagd.

    Het gebouw is dan wel van de stichting maar wel met allerlei bepalingen waar aan voldaan moet worden. Zo moet De Fakkel jaarlijks financiële verantwoording afleggen aan de FNV en mag het gebouw niet zonder toestemming van de vakbond ‘bezwaard of vervreemd’ worden. Johan: “We vroegen aan de FNV of zij ons konden helpen met de kosten van het onderhoud. Maar er werd gezegd: ‘nee hoor, dan zetten we het gebouw wel te koop’. Toen besloten we de banden met het FNV te verbreken.”

    Pas in 2020 geeft het hoofdbestuur van de FNV aan De Fakkel toestemming om de statuten te wijzigen. Vanaf dat moment is de officiële naam niet meer Stichting FNV-Huis De Fakkel maar Stichting Dorpshuis De Fakkel. Een dorpshuis waar van alles gebeurt. Ida: “De muziekvereniging komt hier nog altijd maar ook 3 kaartclubs en de visclub. De muziekschool geeft wekelijks les en eens per 2  weken komen cliënten van zorginstelling De Brug darten en sjoelen. Veel verenigingen houden hier hun jaarvergadering. En er zijn een boel los/vaste activiteiten. Verslavingszorg Noord Nederland houdt hier bijvoorbeeld een stoppen met roken-cursus.”

    Meerdere daken

    Maar De Fakkel is niet de enige accommodatie in Uithuizen. Tonny: “Er zijn een paar kerkelijke verenigingsgebouwen en 2 gezondheidscentra waar bijvoorbeeld een diëtiste en een fysiotherapeut zitten. De NCG geeft voorlichting in een pand van de gemeente en het jongerencentrum is ondergebracht bij sporthal De Mencke. De pas opgestarte Thuiskamer zit in de bibliotheek. Een aantal van deze activiteiten hadden ook heel goed in De Fakkel gepast maar aan de andere kant is het logisch dat je in zo’n groot dorp meerdere accommodaties en dus ‘concurrentie’ hebt.“ 

    Onderhoud en verduurzaming

    Een oud gebouw kent natuurlijk veel onderhoud. Johan: “Het reguliere onderhoud trekken we wel met vrijwilligers, we kunnen veel zelf doen. Maar soms loop je tegen onverwachte kosten aan. Zo moest er onlangs een nieuwe meterkast geplaats worden en zitten we momenteel met een lekke voorgevel. Een NEN3140-keuring kun je ook niet zelf doen, dat moet door een gecertificeerd bedrijf gebeuren.”

    DMJOP

    Via het ontzorgingsprogramma Verduurzamen Maatschappelijk Vastgoed van de Provincie Groningen wordt er voor De Fakkel een duurzaam meerjarenonderhoudsplan (DMJOP) gemaakt. Daarin staat niet alleen het onderhoud voor de komende jaren maar ook de natuurlijke momenten om te verduurzamen. De verduurzamingsmaatregelen komen uit een advies dat eerder vanuit het ontzorgingsprogramma is gegeven. Tonny: “Allereerst is er voor ons geregeld dat we via een app aan energiemonitoring kunnen doen. Dus we kunnen precies zien op welk moment het energieverbruik stijgt. Verder kregen we het advies om het platte dak en de vloer te isoleren. We onderzoeken nog of onze cv-installatie geschikt is voor een warmtepomp en de verlichting hebben we inmiddels grotendeels vervangen door LED. Met het DMJOP hebben we straks goed voor de bril welke onderhoudskosten er jaarlijks op ons af komen.”

    Vitaliteitsscan

    De Fakkel wil met de duurzaamheidsmaatregelen de toekomst van het dorpshuis veilig stellen. Tonny: “Die energiekosten hangen toch als een molensteen om ons nek, daar willen we wat aan doen. Het inzichtelijk maken van wat je kunt besparen helpt bij de keuze om bijvoorbeeld een lening af te sluiten. Die verduurzamingsmaatregelen verdienen zichzelf terug.”

    Om te kijken waar er voor het dorpshuis nog kansen liggen om de organisatie te verbeteren en het aantal functies en activiteiten uit te breiden heeft het bestuur onlangs samen met Groninger Dorpen een vitaliteitsscan opgesteld. Tonny: “Een eyeopener waar we heel blij mee zijn. De scan heeft een aantal goede adviezen opgeleverd. In het nieuwe jaar moeten we maar eens tijdens een speciale bestuursvergadering kijken hoe we daar handen en voeten aan kunnen geven.”