Gisteren reed ik door onze mooie provincie en genoot ik van het landschap en het weer. Het waaide, en de wind joeg over de open velden. Ik keek tot aan de horizon en zag de wolken vliegen in de helblauwe lucht.
“Dit is mien laand,” dacht ik, en ik verwonderde me over de trots waarmee ik dacht aan mijn provincie. Een vriendin uit Kampen vroeg zich laatst af waarom ze toch overal Groninger vlaggen zag hangen in Groningen. Ik kon het niet verklaren, maar ik voelde het wel: hier hoor ik thuis.
Ik ben Anka Hoven, geboren en getogen in Delfzijl. Op mijn achttiende vertrok ik naar Zwolle om te studeren aan de Sociale Academie. Na mijn studie en een buitenlands avontuur ging ik wonen in de stad Groningen, in de Oosterparkwijk. Een buurt waar de saamhorigheid groot was. Toen er een keer bij mij was ingebroken, kwam de overbuurvrouw naar me toe en zei: “Hoe is het mogelijk dat ik het niet gezien heb? Ik houd jouw huis altijd in de gaten.” En hoewel je dat ook als bemoeizuchtig zou kunnen zien, voelde ik vooral zorg en betrokkenheid.
Toch trok ik in 2003 naar het platteland, naar Onderdendam, waar ik nog steeds met veel plezier woon. Ook daar wordt naar elkaar omgekeken. Van een dorpsondersteuner in 2016 tot nu een werkgroep Noaberschap. Zorgzaam zijn voor elkaar en er zijn als het nodig is, blijft een belangrijk thema in mijn leven.
Sinds half augustus werk ik bij Groninger Dorpen, waar ik me bezighoud met de DOS-projecten: Domein Overstijgende Samenwerking in de Zorg. Daarbij werken organisaties, gemeenten en zorginitiatieven in de dorpen samen om beter gebruik te maken van elkaars kennis en kracht. Zodat inwoners zelf kunnen bepalen hoe ze op een prettige manier in hun dorp oud willen worden.
Hoe mooi is deze baan! Ik ben blij dat ik de zorginitiatieven mag ondersteunen en adviseren. Ik ben ervan overtuigd dat deze initiatieven in de toekomst alleen maar belangrijker worden, en ik draag daar heel graag mijn steentje aan bij.

