Wat moet een geboren en getogen Brabander als Carel Jansen in de provincie Groningen? Wat heeft hem bewogen om ook nog eens voorzitter van Groninger Dorpen te willen worden? Ik kan me goed voorstellen dat de leden van de sollicitatiecommissie met wie ik in mei van dit jaar enkele gesprekken heb mogen voeren zich dat hebben afgevraagd, en dat ook lezers van deze column dat misschien willen weten.
Het antwoord op de eerste vraag is eenvoudig. In 2011 waren er twee mooie vacatures aan de Groningse universiteit, die goed aansloten bij de profielen van mijn vrouw Marijke (net als ik neerlandicus) en mijzelf. Dat dachten wij zelf tenminste, en gelukkig bleken ook onze toen nog aanstaande Groningse collega’s dat ook te vinden. Dat betekende dat we aan dezelfde universiteit konden gaan werken, en dat het niet meer nodig was dat een van ons op en neer moest reizen tussen huis en werk – voor mij toen in Nijmegen en voor Marijke in Utrecht.
Het betekende ook dat we ergens in de buurt van onze nieuwe werkplek een huis moesten zoeken. De keus viel op Aduard, een heel fraai dorp in het Westerkwartier, waar we met veel genoegen gingen wonen. Dat genoegen was zo groot dat we na een jaar of tien besloten om, anders dan we oorspronkelijk van plan waren, ook na ons pensioen in het hoge noorden te blijven. In Aduard zijn we betrokken geraakt bij allerlei activiteiten: sportief (samen als beginnende tennissers), cultureel (Marijke bij het plaatselijke museum) en organisatorisch (ikzelf bij Dorpsbelangen, de Buurthuiskamer en de bibliotheek).
Dat alles beviel mij zo goed, dat de vacature voor het voorzitterschap van de Groninger Dorpen direct mijn belangstelling trok. Vanuit Dorpsbelangen Aduard had ik al gemerkt hoe goed, professioneel en betrokken Groninger Dorpen de belangen behartigt van allerlei organisaties die voor de bewoners van onze provincie bijdragen aan de leefbaarheid van hun eigen dorp of wijk. De viering van het twintigjarige jubileum, waar ik als vertegenwoordiger van Dorpsbelangen Aduard ook bij aanwezig kon zijn, versterkte mijn positieve beeld alleen maar. Ik ben dan ook erg blij en vereerd met mijn benoeming als voorzitter van deze mooie organisatie.
Onze recente kampeervakantie in de vier noordelijkste provincies van ons land heeft het gunstige beeld dat ik had van de Groninger dorpen (nu met kleine letter) nog wat aangescherpt. Vanuit onze buscamper zijn we met de fiets en de hondenkar naar dorpen gereden als Hongerige Wolf, Oudeschans, Bellingwolde en Vriescheloo. Ik kan over die tochtjes en die dorpen niet anders zeggen dan: sterk aan te bevelen. We wonen echt in een prachtige provincie, en ik zal de komende jaren graag mijn best doen om aan de leefbaarheid daarvan vanuit Groninger Dorpen een bijdrage te leveren!


