• Kiek nou es! met Eric Raad

    Publicatiedatum

    Twintig jaar Groninger Dorpen. Het klinkt bijna vanzelfsprekend, alsof het altijd zo geweest is. Maar wie erbij was in die beginjaren weet, de fusie tussen Groninger Dorpshuizen en de VKDG was geen rechte lijn omhoog, maar een route vol hobbels, omwegen en soms een flinke portie Groningse koppigheid. En misschien was het juist dát wat het zo’n mooi proces maakte.

    Het was aan de stamtafel in dorpshuis Weersterheem in Garrelsweer dat ik als voorzitter van de Vereniging Groninger Dorpshuizen kennis maakte met de kersverse voorzitter van de Vereniging Kleine Dorpen Groningen (VKDG), Jan Wigboldus uit Garmerwolde. Lopende het gesprek kwamen we tot de conclusie dat er veel overlap zat tussen beide verenigingen. Met terugwerkende kracht was het dan ook niet bijzonder dat we aan het eind van de avond tegen elkaar zeiden: “Wie motten moar ains kieken of we soamen kennen”. Met deze woorden namen we afscheid van elkaar. Na enkele gesprekken met elkaar besloten we dit voor te leggen aan beide besturen. Mijn bestuur was onmiddellijk enthousiast. Eenzelfde reactie kreeg ik terug vanuit de VKDG.

    Iedereen zag dat de dorpen en dorpshuizen in onze provincie sterker zouden staan met één gezamenlijke stem. De provinciale politiek onderschreef dat ook. Maar steun in woorden is één ding. Financiële steun bleek een ander verhaal. Meermaals zaten we met gedeputeerden aan tafel, soms met het hele ambtelijk apparaat erbij. Steeds opnieuw uitleggen waarom een sterke koepelorganisatie geen luxe was, maar een voorwaarde voor leefbare dorpen en dorpshuizen. Steeds opnieuw laten zien dat de energie en betrokkenheid er al waren en dat het alleen nog een stevig fundament nodig had.

    En toch, het lukte. In het najaar van 2005 stemden beide ledenvergaderingen unaniem in met de fusie. Dat moment vergeet ik nooit. Twee clubs, elk met hun eigen geschiedenis en gewoontes, die samen besloten om iets nieuws te bouwen. Iets dat groter was dan de optelsom van beide delen. In het voorjaar van 2006 zetten we onze handtekeningen onder de nieuwe statuten. Vereniging Groninger Dorpen was geboren, met een echte Groningse smoel.

    Met een actief bestuur en een kwartet bevlogen medewerkers gingen we van start. De provincie schaarde zich achter de plannen, de financiering kwam rond, en de dorpen wisten ons te vinden. Vanaf dat moment begon het echte werk. Luisteren, verbinden, ondersteunen, soms duwen, soms remmen, maar altijd met hetzelfde doel voor ogen. Want wie in Groningen woont, weet dat dorpen en dorpshuizen geen decor zijn. Ze zijn de ruggengraat van onze provincie.

    In twintig jaar is er veel veranderd. De samenleving, de politiek, de manier waarop dorpen naar hun toekomst kijken. Krimp, energie, leefbaarheid, participatie het zijn thema’s die we toen nog niet allemaal konden voorzien, maar die inmiddels dagelijkse kost zijn. Dan hebben we het nog niet over alle ellende die gaswinning met zich meebrengt voor alle vrijwilligers, dorpen en dorpshuizen. Ook Groninger Dorpen zelf veranderde mee. Nieuwe gezichten, nieuwe projecten, nieuwe manieren van werken. Maar één ding bleef altijd hetzelfde. De overtuiging dat sterke dorpen beginnen bij sterke gemeenschappen, en dat die gemeenschappen recht hebben op een organisatie die voor hen opkomt.

    Als mede-initiatiefnemer en drie jaar als vicevoorzitter kijk ik met trots terug. Niet alleen op wat we toen hebben neergezet, maar vooral op wat er sindsdien is doorontwikkeld. Groninger Dorpen staat nog steeds midden in de samenleving, met beide voeten in de klei en beide oren in de dorpen. Dat is misschien wel de grootste prestatie van allemaal.

    Twintig jaar Groninger Dorpen. Twintig jaar inzet voor de mooiste provincie van Nederland. Op naar de volgende twintig.

    Eric Raad