Na ruim dertig jaar in het nieuwe land (Dronten) te hebben gewoond, zijn wij eind 2024 teruggekeerd naar het mooie Groningen, in het Zuidelijk Westerkwartier. Ik ben opgegroeid in Zuidwolde en verhuisde op mijn achttiende naar Dronten voor mijn studie aan de Agrarische Hogeschool. Daarna zijn we er gebleven, vooral omdat er voldoende werk was. Nu zijn we terug, dichter bij onze ouders, om hen te ondersteunen en weer deel uit te maken van de gemeenschap waar onze wortels liggen.
Wat Groningen zo bijzonder maakt, is de rijkdom aan dorpen met elk hun eigen dynamiek, sociale samenhang en een verenigingsleven met lange tradities. Die tradities staan echter onder druk door toenemende regels en een tekort aan vrijwilligers. Vrijwilligers die vooral willen dóen, in plaats van veel tijd kwijt te zijn aan ‘poespas’. We moeten waken dat we niet doorslaan, want dan wordt het organiseren van activiteiten en feesten steeds moeilijker. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om te vernieuwen en aan te sluiten bij de behoeften van de verschillende doelgroepen.
Als ik nu door Zuidwolde loop, zie ik hoe anders het dorp is dan toen ik het dertig jaar geleden verliet. Veel voorzieningen zijn verdwenen: de Rabobank, de buurtsuper, de slager, de bakker… Om de levendigheid in onze dorpen te behouden, zijn mensen zoals jij onmisbaar. Mensen die een buurthuis of dorpsvereniging draaiende houden, meewerken aan activiteiten of op een andere manier een maatschappelijke bijdrage leveren.
Groninger Dorpen ondersteunt je daarbij en ook ik probeer daar een steentje aan bij te dragen. Sinds halverwege 2025 werk ik er als adviseur Financiën/ICT. Ik behartig de financiën van de vereniging en de stichting en ben beschikbaar voor financiële vragen. Samen met mijn collega’s vormen wij vele stenen, en met die stenen bouwen we.
Samen, jij, de gemeenten en Groninger Dorpen, zetten we ons in om het mooie van Groningen te behouden. Door elkaar te blijven ontmoeten, ondersteunen en helpen. Maar vooral door met elkaar in gesprek te blijven, te delen en van elkaar te leren. Want zodra het ‘samen’ verdwijnt, gaat er iets waardevols verloren.
Kortom: samen kunnen we meer. Domme vragen bestaan niet. Laten we de handschoen oppakken en in 2026 samen bouwen aan levende, sterke gemeenschappen.

