Leefbaarheid in Zeeland en Groningen
Het was de laatste vakantieweek en we gingen naar Gapinge. Een klein dorp met een Middeleeuwse kerk in het midden, karakteristieke huizenrij rondom, rode brievenbus, minicamping, Zeeuwse zwarte schuren, een boerderijwinkel en handel op de oprit: boontjes, kaarten, snuffelhoek, biebje. Er zijn nauwelijks mensen op straat, behalve de doorgaande toeristische fietsers. Al snel denk ik, wat is hier anders dan in Groningen en hoe zou de leefbaarheid hier ervaren worden?
Leefbaarheid daar gaat het om bij Groninger Dorpen. De eerste zin in ons nieuwe meerjarenbeleidsplan is: “Groningers verdienen levendige en florerende dorpen, buurten, wijken en kernen waar aandacht is voor leefbaarheid.” Dáárom Groninger Dorpen!
In Groningen werken we aan leefbaarheid in de dorpen (van onderop) en tegelijk ontwikkelt het provinciaal bestuur beleid. In de dorpen, van onderop, bruist het van ideeën en projecten over leefbaarheid. We denken na over hoe het dorp eruit moet zien, nu en in de toekomst en wat daarvoor nodig is. Daarvoor maken we een dorpsvisie. En in het dorp worden projecten uitgevoerd met zichtbare resultaten. Het provinciaal bestuur van Groningen ontwikkelt op dit moment een nieuwe leefbaarheidsvisie 2024 – 2035. Dat gaat stap voor stap: eerst evaluatie van de afgelopen jaren, dan wat moet er komen, hoe bouwen we het op en uiteindelijk wat komt er in de visie te staan. Eind dit jaar ligt er een nieuwe visie.
Wat opvalt is het verschil tussen de gesprekken in het provinciaal bestuur en de concrete initiatieven in de dorpen voor het verbeteren van de leefbaarheid. In het provinciaal bestuur gaat het over definities, indicatoren, evaluatie, zorgkaart, brede welvaart, eigenaarschap, pijlers, factoren, monitor. In de dorpen gaat leefbaarheid over concrete dingen zoals een dorpshuis, een wandelpad, een speeltuin, maaltijden voor ouderen, burenzorg, dorpsloket.
De dorpen kunnen niet zonder het provinciaal bestuur en andersom. Beiden hebben elkaar nodig. Provinciale bestuurders halen regelmatig een voorbeeldproject uit een dorp aan, om de leefbaarheid zichtbaar te maken, zoals bijvoorbeeld het project ‘Wedde dat’. In de vergadering van de provinciale staten vinden sommigen dat het traject om te komen tot de leefbaarheidsvisie te lang duurt en dat we snel moeten investeren in het verbeteren van de leefbaarheid: niet praten, maar doen.
Ik zie dat het doen doorgaat met een flinke vaart. De dorpen wachten niet met uitvoering op een nieuwe provinciale visie. Leefbaarheid is niet een definitie, het is samen aan de slag voor het dorp, dichtbij, en met elkaar als inwoners.
In Zeeland en in Groningen.
Gerda Steenhuis
Voorzitter Groninger Dorpen

