• Kiek nou es! met Iris Volders

    Publicatiedatum

    Het dorps- of buurthuis als speelruimte

    Mensen die mij goed kennen zullen zeggen dat ik een miljoen hobby’s heb. Ze zijn vaak verwonderd over wat ik allemaal uit mijn grote hoed tover. De ene week maak ik kleding, de andere week een macrame of een linosnede. Een week later heb ik weer het rolschaatsen of longboarden opgepakt. En weer een week daarna zit ik volop in het reilen en zeilen van een protest of demonstratie en sluit ik het weekend af met een spoken word optreden. Je kunnen zeggen dat ik nogal onrustig ben, maar zelf zie ik het anders: ik ben gewoon een trotse hobbyist.

    Want dat is precies wat een hobby is: iets oppakken uit pure nieuwsgierigheid of ontspanning, zonder dat er meteen geld, status of een carrière vanaf hoeft te hangen. En juist dat amateurisme, dat spelen en experimenteren, heeft zoveel waarde. We leven in een tijd waarin hobby’s al snel nuttig moeten worden gemaakt, maar dat haalt vaak de lol eraf. Voor mij is een hobby juist waardevol omdat het niet hoéft. Omdat ik mag falen, knutselprojecten half mag afmaken, of zomaar een nieuwe richting mag inslaan.

    En daar komen dorps- en buurthuizen in beeld. Dorps- en buurthuizen zijn misschien wel de laatste plekken waar dat amateurisme echt mag bloeien. Waar niemand vraagt of je al professioneel genoeg bent. Waar je gewoon kunt aanschuiven bij een zangkoor, een handwerkmiddagje, een toneelclub of een creatieve workshop. Daar draait het niet om perfectie of efficiëntie, maar om samen iets proberen. Soms lukt het, soms niet – desondanks tovert het een glimlach op ons gezicht.

    In die veilige ruimte ontstaat iets bijzonders. Falen wordt gezellig, een experiment wordt een gesprek, en een hobby wordt ineens een verbindende factor. Je leert anderen kennen, je lacht samen om mislukte probeersels of je ontdekt kanten van jezelf die je thuis nooit had verkend of waar je de tools niet voor had. Zo kan een dorps- of buurthuis een plek zijn waar we niet alleen onze hobby’s kwijt kunnen, maar ook onszelf een beetje terugvinden.

    Dus als je dit leest en denkt: ik heb helemaal geen hobby, of ik ben nergens goed in – dan zeg ik: des te beter. Want amateurisme gaat niet over goed zijn, maar over beginnen. Over doen omdat je het leuk vindt of het je nieuwsgierigheid heeft geprikkeld.

    Dorps- en buurthuizen zijn er precies voor dat: om samen te mogen knutselen, zingen, kletsen, klungelen en proberen. En als je geluk hebt, ontdek je dat je niet alleen een nieuwe hobby vindt, maar ook een stukje gemeenschap.

    Over mij

    Een nieuw gezicht! Ik ben half augustus gestart bij Groninger Dorpen als adviseur leefbaarheid. Ik heb een achtergrond in de ruimtelijke ordening en ben daarnaast, zoals je net hebt kunnen lezen, een creatieve duizendpoot. Ik ga mij met verschillende dingen bezighouden, waaronder ook het ondersteunen en het in kracht zetten van dorps- en buurthuizen. Dus denk je: daar wil ik weleens mee sparren? Mail vooral naar i.volders@groningerdorpen.nl of stuur een berichtje naar 06 29 20 70 26.