
In de rubriek “Omzien noar elkoar” doen we verslag van de interviews die we hebben afgenomen bij de aangesloten zorginitiatieven van het Netwerk Zorgzame Dorpen Groningen.
Dörpswinkel Woldendorp
Woldendorp, 1 juni 2026
Laatst was het Netwerk Zorgzame Dorpen te gast bij Dörpswinkel Woldendorp e.o. We spraken daar over hoe het dorp zelf het heft in handen nam om de dorpswinkel overeind te houden. Het resultaat is een nuchtere, werkende aanpak waar het hele dorp en haar omgeving de vruchten van plukt. De winkel is een volwaardige supermarkt voor de basisboodschappen. Van de scholieren die in de pauze een broodje halen tot de oudere dame die elke dag even binnenloopt voor de gezelligheid.
De start van de coöperatie
De geschiedenis van de huidige winkel begon toen de vorige eigenaar, dagbesteding Wilhelmina, stopte, midden in de periode dat ook het dorpsplein en de omgeving werden aangepakt. Woldendorp had vijftien jaar geleden al eens drie jaar zonder winkel gezeten en dat wilden de bewoners niet nog een keer meemaken. Een werkgroep ging op onderzoek uit bij soortgelijke initiatieven, zoals Sauwerd, om te zien hoe zij het deden. De belangrijkste les was: regel het pand en de winkel los van elkaar met verschillende rechtspersonen.
Zo werd de Stichting Leefbaar Woldendorp e.o. opgericht om het gebouw te kopen en te beheren, terwijl de Coöperatie Dörpswinkel Woldendorp e.o. de winkel zelf ging runnen. Dat was een proces van de lange adem; midden in de coronatijd werd er twee jaar lang hard gewerkt om subsidies binnen te halen en alles op te zetten. Inmiddels zijn er ruim honderd inwoners lid van de coöperatie. Zij hebben een aandeel gekocht en krijgen de rente daarop terug in de vorm van winkelbonnen, waardoor het echt als “hun” winkel voelt.
Een krachtige drie-eenheid
Wat deze plek in Woldendorp bijzonder maakt, is de “drie-eenheid” onder één dak: de dorpswinkel, de Steunstee en Dagbesteding Willemina. De Steunstee is het sociale hart van het gebouw. Hier kunnen mensen gewoon binnenlopen voor een bakje koffie of een creatieve ochtend, en er is regelmatig een dorpsondersteuner of gebiedsregisseur aanwezig voor wie hulp of advies nodig heeft.
De initiatiefnemers van dagbesteding Wilhelmina hadden voorheen de dagelijkse leiding, maar dat werd voor hen te zwaar. De cliënten werken nu tussen 10.00 en 15.00 uur mee in de winkel met hun eigen begeleiding. Hierdoor hebben zij zinvol werk zonder de druk, terwijl de winkel op die uren extra handjes heeft.
De organisatie
De winkel draait op een hecht team van ongeveer 2 FTE aan betaald personeel, verdeeld over vijf medewerkers. Zij werken gemiddeld 16 uur per week en dragen de eindverantwoordelijkheid op de werkvloer. Daarnaast is er een onmisbare groep van 20 tot 25 vrijwilligers. Zij vullen vooral de blokken in de vroege ochtend (vanaf 08:15 uur) en de namiddag tot sluitingstijd op. Dit zijn de momenten dat de dagbesteding niet in de winkel werkt. Het bestuur, bestaande uit zes vrijwilligers zonder specifieke retail-achtergrond, stuurt het geheel aan op basis van vertrouwen.
Waardering voor de vrijwilligers
Zonder de inzet van de vele vrijwilligers zou de winkel niet kunnen bestaan. De betrokkenheid is groot; zo is er een actieve app-groep voor de planning en het onderlinge contact. Om de vrijwilligers te bedanken, organiseert de coöperatie twee bijeenkomsten per jaar. Ook krijgen zij met kerst een attentie als blijk van waardering. De sfeer is sociaal; de app-groep werd zelfs zó gezellig dat er een aparte groep voor zakelijke mededelingen naast is gemaakt. Er is één vrijwilliger die de tweemaandelijkse roosters maakt.
Samenwerking
Een bijzonder succes is de dependance in het Van Julsingha Huis in Delfzijl, een woonzorgcentrum. De coöperatie heeft daar een klein winkeltje onder hun hoede genomen en ingericht in de eigen huissfeer. Cliënten van de dagbesteding gaan daar zelfs met een kar langs de deuren van bewoners die minder mobiel zijn. Daarnaast levert de winkel wekelijks boodschappen aan scholen in de regio voor hun lunches en kooklessen en verkopen ze zomer- en kerstpakketten aan lokale ondernemers. Al deze extra activiteiten zorgen voor het nodige “spek op de ribben” om onvoorziene kosten op te kunnen vangen. Van lokale producenten worden eieren, zuivel, bloemen/planten, brood/gebak en landbouwproducten afgenomen. Extra service wordt geboden als Post NL servicepunt en een Geldmaat voor pinnen of storten van cash geld.
Strijd tegen verspilling
Een belangrijk aandachtspunt in de bedrijfsvoering is het voorkomen van ‘derving’ (voedselverspilling). In de winkel werken ze met een strak systeem: aan de winkelschappen geven stickers aan welke voorraad eerst de winkel in moet vanuit de magazijnvoorraad. Daarnaast maken ze gebruik van ‘Too Good To Go’, waarbij klanten voor een klein bedrag een pakket met producten kunnen ophalen die tegen de datum aan zitten. Wanneer producten echt bijna verlopen, worden ze creatief hergebruikt. De dagbesteding maakt er bijvoorbeeld bonensoep of stamppotmaaltijden van. Deze maaltijden worden vervolgens weer gebruikt voor de catering in het Van Julsingha Huis.
Gunfactor
Het runnen van een dorpswinkel is geen gelopen race. De concurrentie van grote supermarkten in de buurt en bezorgdiensten die door de straat rijden is groot. De “gunfactor” in het dorp en omgeving is daarom ontzettend belangrijk. Niet iedereen beseft dat de winkel alleen kan blijven als mensen er ook echt hun boodschappen doen. “Als de coöperatie omvalt, is de winkel weg en heeft de dagbesteding ook geen plek meer,” luidt de waarschuwing. Het is dus een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het hele dorp en omgeving om dit stukje leefbaarheid in stand te houden. Over een half jaar is de dorpswinkel na een tijd van pionieren en opbouwen toe aan het eerste lustrum van 5 jaar. Samen met de andere partners kijken ze uit naar de volgende 5 jaar.



